Hersen- gymnastiek voor ouderen met dementie

Iedere vrijdagochtend leest een groep senioren ‘met geheugenproblemen’ in Odensehuis Het Schouw passages uit romans en gedichten, samen met een leesbegeleider van de Culturele Apotheek. Het blijkt een schot in de roos. “Het samenlezen zorgt ervoor dat je moet nadenken.

Door: Joost Zonneveld / Foto: Xander Remkes

Het Odensehuis in Amsterdam-Noord biedt ouderen die in verzorgingshuis Het Schouw of in de buurt wonen een plek voor ontmoeting. Een bonte mix van mensen, al dan niet met dementie, komt hier regelmatig bijeen. Sinds februari verzorgt de Culturele Apotheek wekelijks een samenleesgroep. Al snel groeide het uit tot een van de populairste activiteiten van het inloophuis. Om eens te zien en te horen hoe het er in deze samenleesgroep met kwetsbare ouderen aan toe gaat, mag ik een paar keer aanschuiven.

Goed voor het geheugen

Elke vrijdag komen de ouderen tussen tien en half elf een voor een binnenlopen. Sommigen met gekromde rug en rollator, anderen kunnen het zonder hulpmiddelen af. Twee ouderen die als vrijwilliger in het inloophuis actief zijn, zijn druk bezig koffie en thee klaar te maken en leggen koekjes op een bord op tafel. Een van de twaalf aanwezige ouderen zegt tegen me dat ze heel benieuwd is wat er vandaag gelezen gaat worden. Het samenlezen is voor deze mensen een wekelijks uitje. Niet zozeer naar andere oorden, maar terug naar eigen herinneringen en naar de verhalen van de andere aanwezigen. “De teksten leiden altijd wel tot een interessant gesprek,” zegt een vrouw die bijna geen samenleesbijeenkomst overslaat. En dat gesprek naar aanleiding van een gedicht of een passage uit een roman is de essentie van het samenlezen, zo had ik al gehoord van Marije en Akke van de Culturele Apotheek. In Engeland en België worden al jaren goede resultaten behaald met samenleesgroepen, ook bij mensen met dementie. Engelse onderzoekers concludeerden dat dementiesymptomen aantoonbaar afnamen door samenlezen en dat het geheugen van de deelnemers verbeterde.

Stof tot nadenken

Tijdens een van de sessies waar ik bij ben, leest de groep een passage uit het boek Slaap! van Annelies Verbeke. De verteller ligt wakker, valt in slaap, droomt – of is hij toch weer wakker? Het is zeker geen gemakkelijke tekst: het taalgebruik is bloemrijk en niet alle zinnen in het verhaal zijn voor één uitleg vatbaar. Zo heeft de verteller het over ‘de kwaadste uren van de nacht’ als hij midden in de nacht wakker ligt, over ‘een rustige onbestemdheid’ tijdens een droom en over het feit dat tijdens de terugkerende droom ‘nooit een gesprek met de potvis heeft plaatsgevonden’. Genoeg stof om bij stil te staan dus. Om samen te bedenken hoe je de tekst zou kunnen begrijpen en om te bespreken wat de tekst zoal oproept aan eigen verhalen en ervaringen.

Gesprek over dromen

Lia, deze vrijdag leesbegeleider van dienst, heeft de tekst eerst hardop voorgelezen. Dan vraagt ze wat de deelnemers denken van de tekst. “Die meneer heeft het maar druk in zijn droom,” is een eerste reactie. Een ander: “Omdat ik na vier uur ’s nachts niet meer kan slapen, vind ik dat dat ook de kwaadste uren van de nacht zijn.” Een van de andere aanwezigen: “Het is iemand die niet graag alleen in bed ligt”. Waarop nog weer een ander reageert met: “Er is ook een omhelzing in de droom, dat zijn de mooiste dromen.” Een paar aanwezigen gniffelen, waarna een stilte valt. Een deelnemer onderbreekt die met de opmerking: “Ik kan mij eigenlijk nooit herinneren wat ik gedroomd heb.” Ik denk dat dit het gesprek zal laten stokken, maar er komen juist allerlei vragen op bij andere aanwezigen. “Waarom dromen we eigenlijk, wat is het nut ervan?” En: “Ik heb wel eens iets gedroomd wat later ook echt gebeurd is.” Hierop wordt ingehaakt door een vrouw die zegt dat ze soms, als ze half wakker is, hoopt dat haar droom in het echt doorgaat.

Een vrouw die leeft met een vergevorderde vorm van dementie, mengt zich ook in het gesprek. “Ik droom niet meer”, zegt ze. De man die naast haar zit zegt dat hij dromen niet leuk vindt. Leesbegeleider Lia vraagt waarom niet. “Ik werkte vroeger in de boekhouding en ik had altijd te veel werk. Dat komt in dromen vaak terug. Dan zie ik een groot bureau met stapels werk.”

Samen bezig zijn

De passage uit de roman Slaap! blijkt aanleiding voor een gesprek waarin de deelnemers alle vrijheid voelen iets te zeggen, over wat zij dromen, wat in hun gedachten opkomt tijdens slapeloze uren en over wat hun dromen of doorwaakte gedachten voor hen betekenen. Het zijn onderwerpen waar de meeste deelnemers niet vaak over praten, maar die hen wel bezighouden. Marina vertelt me na een van de bijeenkomsten: “Wij zitten in een omgeving waar eigenlijk niet meer zoveel hoeft, maar het samenlezen zorgt ervoor dat je moet nadenken. Over de tekst, maar ook over wat andere mensen daarover te zeggen hebben.” Samenlezen vraagt dus inspanning van de deelnemers in een omgeving waar die normaal gesproken nauwelijks gevraagd wordt. Een ander legt de nadruk op de meerwaarde van de gemeenschappelijke activiteit, zoals Frans: “Je bent samen ergens mee bezig. Als we hier met elkaar eten, zeggen de meeste bewoners nauwelijks iets. Maar met het samenlezen is dat anders. De teksten gaan altijd ergens over en het is wel mooi om te horen hoe iedereen over een onderwerp denkt en om daar dan over te praten.”

Een ander gesprek

Na een uur lezen en praten, sluit Lia de bijeenkomst af. Een paar ouderen schuiven door naar een andere tafel waar even later een lunch geserveerd zal worden, anderen vertrekken weer naar huis. Jonne Meij, coördinator van het Odensehuis Het Schouw, vertelt me dat ze erg enthousiast is over het samenlezen. “Het heeft veel verschillende positieve effecten. Het is voor de ouderen in de groep hoe dan ook belangrijk en leuk om samen te komen, om elkaar te ontmoeten. En ik ben verrast door de manier waarop in de groep over de soms best moeilijke teksten gesproken wordt. Normaal gesproken is er niet zo veel variëteit in de gesprekken, maar dat is tijdens het samenlezen anders. Dan komen herinneringen en soms ook hele verse ervaringen ineens samen, durven de deelnemers die ook te delen met de groep en wordt er met aandacht naar elkaar geluisterd. Ik zie sommige ouderen ook echt groeien, zij leven helemaal op.” En dat is ook het gevoel dat ik overhoud na enkele bijeenkomsten te hebben bijgewoond. De deelnemers hebben echt zin om uitgedaagd te worden en voelen geen barrière om herinneringen of gevoelens te delen. Het is bijzonder om mee te maken hoe de ouderen, al dan niet beperkt door (een lichte vorm van) dementie, geconcentreerd bezig zijn met de teksten en met elkaar. Er is bij de deelnemers een sterke behoefte aan een meer diepgaand gesprek dan gebruikelijk is, iets wat mooi is om te zien. Als de lunch geserveerd wordt, vertrek ik met de gedachte dat het samenlezen echt iets waardevols teweegbrengt in het leven van de mensen van het Odensehuis.